Internet en web
In het dagelijkse taalgebruik zijn "internet" en "het web" synoniemen. Technisch zijn ze dat allerminst. Het onderscheid is meer dan een woordenspel: het bepaalt hoe je nadenkt over wat er gebeurt als je software met de buitenwereld praat.
Kort samengevat:
Het internet is de infrastructuur. Het web is één van de diensten die erover rijden.
Een bruikbare analogie: het internet is het wegennet, met asfalt, bruggen en verkeersregels. Het web is het vrachtverkeer dat erover rijdt. Belangrijk, alomtegenwoordig, maar niet de weg zelf. Naast vrachtwagens rijden er ook bussen, fietsen en ambulances: e-mail, videogesprekken, games, updates van je besturingssysteem.
Wat is het internet?
Het internet is een netwerk van netwerken. Geen enkel bedrijf en geen enkele overheid bezit het geheel. Het bestaat uit duizenden afzonderlijke netwerken (van universiteiten, providers, bedrijven, overheden) die met elkaar verbonden zijn en afgesproken hebben elkaars verkeer door te geven.
Die infrastructuur is opvallend fysiek:
- Kabels – het overgrote deel van het intercontinentale verkeer loopt door onderzeese glasvezelkabels, niet via satellieten.
- Routers – toestellen op elk knooppunt die per pakket beslissen welke kant het uit moet.
- Internet Service Providers (ISP's) – de partijen die jouw aansluiting verbinden met de rest, zoals Telenet of Proximus.
- Datacenters – gebouwen vol servers waar de diensten die je gebruikt effectief draaien.
Hoe fysiek dat is, zie je het best op de kaart van TeleGeography met alle onderzeese kabels ter wereld. Zoek de kabels die in de Noordzee aan land komen, en volg er een tot aan de overkant van de oceaan.

Kaart: TeleGeography, gebruikt onder CC BY-NC-SA. Op die site kan je in- en uitzoomen en elke kabel apart bekijken.
Pakketgeschakeld verkeer
Data reist niet als één ononderbroken stroom, maar in pakketten: kleine stukjes die elk hun eigen weg mogen zoeken. Een afbeelding van 500 kB wordt opgeknipt in honderden pakketten, die mogelijk langs verschillende routes reizen en in willekeurige volgorde aankomen. Aan de andere kant worden ze weer samengelegd.
Dat lijkt omslachtig, maar het maakt het internet robuust: valt een verbinding weg, dan zoeken de volgende pakketten gewoon een andere weg. Het netwerk is ontworpen om uitval te overleven, niet om perfect te zijn.
Een korte geschiedenis
| Jaar | Wat gebeurde er |
|---|---|
| 1969 | ARPANET: het eerste pakketgeschakelde netwerk, tussen vier Amerikaanse universiteiten |
| 1983 | TCP/IP wordt de standaard, waarmee losse netwerken één internet kunnen vormen |
| 1989 | Tim Berners-Lee stelt aan het CERN het World Wide Web voor |
| 1991 | De eerste website gaat online: info.cern.ch |
| 1993 | Mosaic, de eerste grafische browser, maakt het web toegankelijk voor het brede publiek |
Het internet bestond dus al twintig jaar voor het web er was. Dat alleen al maakt duidelijk dat ze niet hetzelfde zijn.
Wat is het web?
Het World Wide Web is een dienst bovenop het internet: een verzameling documenten en toepassingen die via hyperlinks aan elkaar hangen. Berners-Lee had er drie uitvindingen voor nodig, en die drie gebruik je vandaag nog altijd:
| Bouwsteen | Wat het doet | Waar je het tegenkomt |
|---|---|---|
| HTML | Beschrijft de structuur en inhoud van een document | De broncode van elke pagina |
| URL | Geeft elke bron een uniek adres | Je adresbalk |
| HTTP | Regelt hoe een document opgevraagd en geleverd wordt | Elk request in de Network tab |
Een browser is dus geen "internetprogramma", maar een webclient: een programma dat URL's ophaalt via HTTP en de HTML die het terugkrijgt op je scherm tekent.
Andere diensten op hetzelfde internet
Zodra je het onderscheid ziet, zie je ook hoeveel er náást het web draait:
| Dienst | Protocol | Gebruikt het web? |
|---|---|---|
| Een pagina bezoeken | HTTP/HTTPS | Ja |
| E-mail versturen en ophalen | SMTP, IMAP | Nee |
| Een domeinnaam opzoeken | DNS | Nee |
| Inloggen op een server | SSH | Nee |
| Bestanden overzetten | FTP, SFTP | Nee |
| Videogesprek | WebRTC, SIP | Deels |
| Online game | vaak eigen protocollen over UDP | Nee |
git push is een mooi voorbeeld uit je eigen praktijk: dat verkeer loopt over het internet, maar meestal via SSH, niet via het web. Er komt geen browser en geen HTML aan te pas.
Als je later leest dat "een API niet via het web bereikbaar is, maar wel via het interne netwerk", of dat "poort 22 open staat maar poort 443 niet", dan gaat het over precies dit onderscheid: dezelfde infrastructuur, andere diensten.
Test jezelf
1. Je stuurt een e-mail via de Outlook-app op je laptop. Gebruik je het internet, het web, of beide?
2. Wat is de beste omschrijving van "het internet"?
3. Welke uitvinding hoort NIET bij de drie bouwstenen van het web?
- Het internet is infrastructuur: kabels, routers, ISP's en datacenters die via afspraken één groot netwerk vormen.
- Data reist in pakketten die elk hun eigen weg kunnen volgen; dat maakt het netwerk robuust.
- Het web is één dienst op dat internet, gebouwd op HTML, URL en HTTP.
- Mail, DNS, SSH, games en updates gebruiken hetzelfde internet zonder het web te gebruiken.