Ga naar hoofdinhoud

Netwerken – IP-adressen & DNS

In dit labo werk je met adressen en namen. Je zoekt je eigen twee adressen op, maakt een server zichtbaar voor een klasgenoot, ondervraagt DNS-servers met je eigen commando's, en leidt tot slot een domeinnaam om naar je eigen machine. Dat laatste is het experiment waarmee je voorgoed onthoudt in welke volgorde je toestel namen opzoekt.

Leerstof

Raadpleeg deze secties als je iets wil nalezen:

Hoe werk je dit labo door?
  1. Doe eerst, denk daarna. Bij elke doe-opdracht vink je de stappen af terwijl je ze uitvoert. Je voortgang blijft bewaard in je browser.
  2. Schrijf je waarneming zelf op. Pas als je zelf iets genoteerd hebt, verschijnt de knop om met het modelantwoord te vergelijken.
  3. De controlevragen zijn af te lezen. Het antwoord staat in je eigen terminal, niet in de cursus.
  4. De hulp neemt af. De eerste oefeningen geven hints bij bijna elk item, de laatste enkel nog een score.
  5. Werk waar mogelijk in duo. Oefening 2 en 3 hebben een klasgenoot op hetzelfde netwerk nodig.

Oefening 1 – Publiek, privaat of speciaal?​

Voor je adressen gaat opzoeken, moet je ze kunnen herkennen. Deel elk adres in. Let bij twee ervan goed op: ze lijken privaat maar zijn het niet, of ze horen bij je toestel zonder een gewoon adres te zijn.

1.192.168.0.14
2.8.8.8.8
3.127.0.0.1
4.10.14.2.7
5.81.164.23.117
6.172.20.5.3
7.172.32.8.1
8.0.0.0.0 in de uitvoer van netstat

Oefening 2 – Je twee adressen​

Je laptop heeft er twee: het adres dat je router aan jou gaf, en het adres waarmee de rest van de wereld je ziet. Deze opdracht maakt het verschil tastbaar.

Doe-opdrachtZoek je twee adressen op en ontdek waarom ze verschillen.0 / 5 stappen

Noteer je private adres, je gateway en je publieke adres. Wat is er hetzelfde bij je klasgenoot, en wat verschilt?

Schrijf eerst zelf op wat je zag.

Je subnetmasker is waarschijnlijk 255.255.255.0. Welke toestellen zijn dan je buren, en wat gebeurt er met verkeer naar een ander adres?

Schrijf eerst zelf op wat je zag.

Controleer wat je ziet​

1.Welk commando toont op Windows je private adres?
2.Hoe heet in de uitvoer van ipconfig de regel met het adres van je router?
3.Welk adres is het loopback-adres van je toestel?
4.Hoeveel toestellen van je klas delen hetzelfde publieke IP-adres als ze op hetzelfde wifi zitten?

Oefening 3 – Je server zichtbaar maken​

Dit is de meest voorkomende vraag van het hele semester: "waarom kan mijn collega mijn dev server niet openen?" Je lokt het probleem nu bewust uit, en lost het op.

Werk in duo

Je hebt een klasgenoot op hetzelfde wifi-netwerk nodig. Spreek af wie eerst server is; daarna wissel je van rol, zodat jullie het allebei één keer zelf gedaan hebben.

Doe-opdrachtMaak een lokale server zichtbaar voor een klasgenoot, en zie het verschil in netstat.0 / 7 stappen

Wat stond er in de netstat-regel vóór en na de wijziging, en waarom maakt dat het verschil?

Schrijf eerst zelf op wat je zag.

Controleer wat je ziet​

1.Op welk adres moet je server luisteren als ook andere toestellen erbij moeten?
2.Welke status heeft een poort waarop je server wacht op verbindingen?
3.Je klasgenoot krijgt geen verbinding terwijl je server op 0.0.0.0 luistert. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?

Oefening 4 – Namen opzoeken met nslookup​

nslookup staat op elke machine, ook op Windows. Je gebruikt het om te zien wat er achter een domeinnaam zit, en om te leren waar in die uitvoer je moet kijken.

Doe-opdrachtZoek namen op en leer de uitvoer lezen.0 / 5 stappen

Wat betekent Non-authoritative answer, en verandert dat iets aan de betrouwbaarheid van het antwoord?

Schrijf eerst zelf op wat je zag.

Vergelijk het MX-antwoord met het A-antwoord. Wat zegt dat over hoe mail en web voor hetzelfde domein geregeld zijn?

Schrijf eerst zelf op wat je zag.

Controleer wat je ziet​

1.Welke poort gebruikt DNS standaard?
2.Welk recordtype koppelt een naam aan een IPv4-adres?
3.Welke vermelding in de nslookup-uitvoer zegt dat het antwoord uit een cache komt?
4.Welk getal staat er voor een MX-record, en wat betekent het?

Oefening 5 – De hiërarchie zichtbaar maken​

In de leerstof staat de weg root → TLD → autoritatieve nameserver als schema. Nu leg je die weg zelf af, stap voor stap, en zie je elk niveau doorverwijzen naar het volgende.

Doe-opdrachtVolg een opzoeking van de rootserver tot bij het antwoord.0 / 6 stappen

Welke drie niveaus kwam je tegen, en wat antwoordde elk niveau precies?

Schrijf eerst zelf op wat je zag.

Waarom zie je deze stappen normaal nooit als je gewoon nslookup ap.be doet?

Schrijf eerst zelf op wat je zag.
Windows zonder WSL

dig is niet standaard geïnstalleerd op Windows. Dat is geen probleem: de drie handmatige stappen in de opdracht doen exact hetzelfde, en zijn zelfs leerrijker, omdat jij dan zelf beslist welke server je bevraagt. Wil je toch dig, installeer dan WSL of gebruik een online tool zoals dnschecker.org.


Oefening 6 – Het hosts-bestand​

Nu het tastbare experiment: je maakt een domeinnaam die alleen op jouw machine bestaat, en daarna kaap je een bestaande domeinnaam naar je eigen server.

Twee dingen vooraf

Je hebt beheerdersrechten nodig om het hosts-bestand op te slaan. Lukt dat niet op je schoollaptop, doe deze oefening dan in WSL, in een virtuele machine, of thuis.

En het belangrijkste: ruim je regels achteraf op. Een vergeten regel kost je later uren zoekwerk, want de site werkt dan bij iedereen behalve bij jou.

Doe-opdrachtLeid een domeinnaam om naar je eigen machine, en ruim het daarna weer op.0 / 9 stappen

Je hebt een bestaande domeinnaam omgeleid naar je eigen machine. Wat zegt dat over de volgorde waarin je toestel namen opzoekt?

Schrijf eerst zelf op wat je zag.

Controleer wat je ziet​

1.Welk commando leegt de DNS-cache op Windows?
2.Wat krijgt voorrang: het hosts-bestand of het antwoord van een DNS-server?
3.Welke rechten heb je nodig om het hosts-bestand op te slaan?

Zo hoort het eruit te zien: links het hosts-bestand met je toegevoegde regel, rechts de browser die je eigen pagina toont op een naam die alleen op jouw machine bestaat.

Geannoteerde schermafbeelding van het hosts-bestand, met de toegevoegde regel 127.0.0.1 mijn-project.test onder de commentaarregels van Windows.

Browser met http://mijn-project.test:8000 open, waarop de eigen pagina verschijnt.


Oefening 7 – Welk record kies je?​

Een domein registreren is één ding; het naar de juiste plek laten wijzen is een andere. Kies per situatie het recordtype.

1.Je kale domein voorbeeld.be moet naar je eigen server met vast adres 203.0.113.10.
2.www.voorbeeld.be moet exact dezelfde site tonen als voorbeeld.be.
3.Je site draait bij Netlify; zij geven je een naam, geen adres.
4.Mail voor het domein moet aankomen bij Google Workspace.
5.Google vraagt te bewijzen dat het domein van jou is, met een sleutel die je moet plaatsen.
6.Je mailprovider vraagt een SPF-regel toe te voegen tegen vervalste afzenders.
7.Je hebt voor api.voorbeeld.be een adres gekregen dat begint met 2a02:.
8.Je blog draait op een eigen VPS met adres 51.15.2.9.

Oefening 8 – Een volledige zone opstellen​

Je zet nu alles samen. Lees het scenario, bepaal welke records je nodig hebt, en schrijf de zone uit.

Scenario: deklas.be

Je richt een website op voor een klasproject en registreert het domein deklas.be. Dit moet werken:

  1. deklas.be toont de website, die draait op een eigen VPS met vast adres 203.0.113.10.
  2. www.deklas.be toont exact dezelfde site, en je wil dat maar op één plaats onderhouden.
  3. shop.deklas.be wijst naar een webshopprovider die je de naam deklas-shop.myshopify.com gaf.
  4. Mail aan info@deklas.be moet aankomen bij je mailprovider, op mx.provider.be.
  5. Diezelfde mailprovider vraagt je een SPF-regel toe te voegen: v=spf1 include:_spf.provider.be ~all.
Doe-opdrachtStel de DNS-records op voor een nieuw domein.0 / 4 stappen

Schrijf hier je volledige zone voor deklas.be: één regel per record, in de vorm naam type waarde.

Schrijf eerst zelf op wat je zag.

Uitdaging – DNS-detective​

Geen stappenplan meer: kies zelf je commando's. Vink af wat je gevonden hebt en noteer voor jezelf hoe je eraan kwam.

Doe-opdrachtZoek zelf uit, met nslookup of dig. Vink af wat je gevonden hebt.0 / 8 stappen

Denk tot slot na over deze vragen:

  • Punt 2: waarom geeft één domeinnaam meerdere adressen terug?
  • Punt 8: hoe kunnen twee DNS-servers een verschillend antwoord geven op dezelfde vraag, zonder dat één van beide fout is?